De echte oorzaak van de wooncrisis volgens bevolkingsdata

De echte oorzaak van de wooncrisis volgens bevolkingsdata

We noemen het een wooncrisis. Alsof er te veel mensen zijn voor te weinig ruimte. Maar dat beeld klopt niet met wat we weten van de Amsterdamse bevolking.

Volgens onderzoek Amsterdam telde Amsterdam in 2024 ongeveer 931.748 inwoners, een aantal dat vergelijkbaar is met het record uit 1959. De stad herstelde zich na een periode van daling tussen 1960 en 1985, maar groeide sindsdien langzaam weer naar dit niveau. 

Toch voelt het alsof de stad uit zijn voegen barst. Hoe kan dat?

Groei is ongelijk verdeeld

Het totale inwonertal is een momentopname. Maar de samenstelling van huishoudens en hoe mensen wonen is de factor die de druk op de woningmarkt bepaalt.

In Amsterdam zijn er de afgelopen jaren duidelijke veranderingen in leeftijdsopbouw en migratiepatronen:

  • De stad heeft relatief veel twintigers, dertigers en veertigers, die vooral vanwege studie en werk naar de stad komen;
  • Het aandeel 65-plussers ligt lager dan landelijk, maar groeit vooral onder 75-plussers;  
  • Buitenlandse migratie blijft een belangrijke motor van bevolkingsgroei.  

Dat betekent: de bevolking neemt niet alleen toe, maar de gemiddelde huishoudenssamenstelling verandert.

Kleinere huishoudens veroorzaken druk

Het punt dat vaak over het hoofd wordt gezien: het probleem zit niet alleen in hoeveel mensen er wonen, maar hoe ze wonen. In de jaren zestig woonden gezinnen vaak met drie tot vier mensen in één woning. Nu wonen mensen veel vaker alleen of met z’n tweeën.

Het gevolg: dezelfde hoeveelheid mensen heeft meer huishoudens, en meer huishoudens betekent meer vraag naar aparte woonunits. Je kunt miljoenen mensen hebben, maar als ze in kleine huishoudens verdeeld zijn, heb je veel meer woningen nodig.

In Amsterdam leidt dat tot spanning op de woningmarkt, lange wachtlijsten voor sociale huur, hoge prijzen in de koopsector en extreme concurrentie om compacte woonunits. 

De stad voelt vol, maar de groei is niet explosief

Sommigen denken dat de stad snel veel meer inwoners krijgt. Feit is dat de groei relatief gematigd is: in 2023 nam het inwonertal met ongeveer 13.500 toe: een stijging van 1,5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. 

Veel groei concentreert zich rond gebieden die al dicht zijn of waar nieuwe woningen worden gebouwd. Andere delen van de stad krimpen zelfs licht, vooral waar weinig nieuwe woningbouw plaatsvindt. 

Dit verschil binnen de stad draagt bij aan het gevoel van druk: sommige buurten raken oververzadigd, terwijl andere delen ruimte hebben voor nieuwe woonvormen.

Niet meer mensen willen wonen, maar slimmer wonen is de behoefte

Hier zit de kern: de stad moet zich aanpassen aan hoe we leven, niet andersom.

De crisis is niet simpelweg een kwestie van te veel mensen die in de stad wonen. Het is een kwestie van:

  • Te weinig passende woningen voor het huidige huishoudenprofiel;
  • Onvoldoende flexibele en compacte woonoplossingen;
  • Te weinig woningen die goed aansluiten op levensfases (starters, alleenstaanden, actieve senioren, ouderen).

De woningvoorraad is deels geoptimaliseerd op huishoudens uit het verleden: gezinnen met kinderen in ruime eengezinswoningen. Maar de realiteit is anders: meer alleenstaanden en kleine huishoudens.

Dat verklaart waarom de woningmarkt krap aanvoelt: het aantal mensen is vergelijkbaar met dat van 65 jaar geleden, maar het aantal huishoudens is veel hoger. Dit drijft vraag en prijs op.

De oplossing ligt in hoe we wonen

Als we de wooncrisis serieus willen aanpakken, moeten we erkennen dat het probleem niet primair demografisch is, maar structureel in hoe we onze woningvoorraad gebruiken. Dit betekent:

1. Meer kleine, flexibele woonunits

Kleine huishoudens hebben andere woonbehoeften dan grote gezinnen. Appartementen en units met slimme indelingen passen beter bij twee-persoons- en één-persoonshuishoudens.

2. Delen en splitsen van bestaande woningen

In plaats van nieuwe grond te claimen voor grootschalige uitbreidingen, kunnen we bestaande huizen en panden herindelen zodat ze meerdere huishoudens bedienen.

3. Integratie van voorzieningen in de buurt

Winkelvoorzieningen, zorgpunten en sociale faciliteiten dichter bij wonen maken het leven comfortabeler en verminderen mobiliteitsdruk.

Deze oplossingen vragen geen extra grond of complexe nieuwe infrastructuur. Ze beginnen met het opnieuw bekijken van wat we al hebben en ervan uitgaan dat mensen vandaag anders wonen dan vroeger.

Wat dit betekent voor Escargot

Bij Escargot ontwerpen we woonconcepten die passen bij de huishoudens van nu en morgen. Klein, comfortabel en stedelijk. Wonen moet voelen als een logische stap in het leven.

Door te bouwen voor hoe we echt leven, minimaliseren we schaarste en creëren we waardevolle steden.

Wil je weten hoe je woningprojecten toekomstbestendig maakt of welke woonvormen passen bij 55 plussers en kleine huishoudens? Lees meer over onze woonconcepten of plan een adviesgesprek.

Bron: Bevolking in cijfers 2024, Onderzoek & Statistiek Amsterdam. 

* Is de wooncrisis het gevolg van bevolkingsgroei?

Nee. In grote steden zoals Amsterdam is het inwonertal vergelijkbaar met dat van de jaren zestig. De druk ontstaat door kleinere huishoudens.

* Waarom helpt nieuwbouw alleen niet?

Omdat nieuwbouw vaak traag en duur is. Slimmer gebruik van bestaande woningen speelt sneller in op de huidige woonvraag.

* Wat is toekomstbestendig wonen in de stad?

Wonen dat past bij kleinere huishoudens, flexibel is in indeling en dicht bij voorzieningen ligt.

Terug naar blog

Reactie plaatsen